fbpx
Airborne Museum 2017-08-31T16:22:58+00:00

Airborne Museum

Het Airborne Museum vertelt als kenniscentrum en enige museum in Nederland het historische en sociaal culturele verhaal rondom de Slag om Arnhem voor (inter)nationaal publiek, dat op zoek is naar kwalitatieve ontspanning en/of een plek van herinnering; in een tijdperk van toenemende interesse voor persoonlijke geschiedbeleving en authenticiteit.

Om in de toekomst de herinnering aan de Slag om Arnhem in de samenleving actueel en relevant te laten zijn, is het van belang dat het museum door middel van zijn activiteiten en presentaties zichtbaar en invoelbaar maakt wat mensen tijdens de Slag om Arnhem heeft bewogen, welke waarden men belangrijk vond en welke keuzen men heeft gemaakt onder de druk van oorlog en bezetting.

Er zal in de toekomst steeds meer aandacht worden gevestigd op het presenteren vanuit een multi-perspectief. Alleen dan kunnen huidige generaties, ongeacht hun afkomst, zich tot de mensen en de gebeurtenissen uit het verleden verhouden.

Dat het Airborne Museum een nauwe samenwerking heeft met Bridge to Liberation Experience is dan ook geen gek gegeven. Het Airborne Museum ondersteund het evenement op allerlei verschillende vlakken. Denk hierbij aan de ondersteuning in het ontwikkeling van de scenario’s van de show ende controle op historische correctheid. Van het beschikbaar maken van informatie tot het uitzetten van een koers binnen het ‘nieuwe herdenken’.

Airborne Museum

Het Airborne Museum vertelt als kenniscentrum en enige museum in Nederland het historische en sociaal culturele verhaal rondom de Slag om Arnhem voor (inter)nationaal publiek, dat op zoek is naar kwalitatieve ontspanning en/of een plek van herinnering; in een tijdperk van toenemende interesse voor persoonlijke geschiedbeleving en authenticiteit.

Om in de toekomst de herinnering aan de Slag om Arnhem in de samenleving actueel en relevant te laten zijn, is het van belang dat het museum door middel van zijn activiteiten en presentaties zichtbaar en invoelbaar maakt wat mensen tijdens de Slag om Arnhem heeft bewogen, welke waarden men belangrijk vond en welke keuzen men heeft gemaakt onder de druk van oorlog en bezetting.

Er zal in de toekomst steeds meer aandacht worden gevestigd op het presenteren vanuit een multi-perspectief. Alleen dan kunnen huidige generaties, ongeacht hun afkomst, zich tot de mensen en de gebeurtenissen uit het verleden verhouden.

Dat het Airborne Museum een nauwe samenwerking heeft met Bridge to Liberation Experience is dan ook geen gek gegeven. Het Airborne Museum ondersteund het evenement op allerlei verschillende vlakken. Denk hierbij aan de ondersteuning in het ontwikkeling van de scenario’s van de show ende controle op historische correctheid. Van het beschikbaar maken van informatie tot het uitzetten van een koers binnen het ‘nieuwe herdenken’.

Tieners in verzet

Een interview voor UITinArnhem, door Nicole Beaujean.

17 en 18 jaar waren ze nog maar, Bert en Hans Kuik. Twee Arnhemse middelbare scholieren die betrokken waren bij het verzet tijdens WO II. Hun verzetsactiviteiten bereikten een hoogtepunt tijdens de Slag om Arnhem, toen zij Britse militairen in veiligheid hielpen brengen.

Tim Streefkerk (27) is de jongste historicus van Airborne Museum ‘Hartenstein’. Druk op een knop en hij vertelt weer een ander razend interessant oorlogsverhaal. “Het klinkt cliché, maar ik was altijd al geboeid door de Tweede Wereldoorlog. Die periode heeft Europa veranderd en de westerse wereld gevormd. Ons huidige moreel referentiekader hangt nauw samen met ’40-’45. Dat een belangrijk deel van die oorlog zich in deze regio afspeelde, maakt het voor mij nog boeiender. Overal in Arnhem en omgeving zie je monumenten en andere dingen die aan de oorlog herinneren.”

 

Zijpse Trekkers

Tim schreef een boekje over de broers Kuik, twee Arnhemse tieners in het verzet. Van zulke jonge jongens komt het verhaal wel heel dichtbij. “Bert (18) en Hans (17) zaten allebei bij de Arnhemse padvinderijgroep de Zijpse Trekkers. Bij de padvinderij stonden waarden als verantwoordelijkheid, dienstbaarheid en inzet centraal. Niet alleen leerden Bert en Hans hier verkennen, ze behaalden hier ook hun EHBO-diploma. Net als de hele Nederlandse padvinderij werden de Zijpse Trekkers in 1941 door de Duitsers verboden, maar gingen ondergronds verder.”

 

Frontgebied

“Tot september 1944 hielden de jongens zich vooral bezig met het verspreiden van verzetskranten en bonkaarten. Aan de relatieve rust tijdens de bezetting kwam op 17 en 18 september 1944 plotseling een einde toen Operatie Market Garden de stad veranderde in een frontgebied. Bert en Hans meldden zich onmiddellijk als vrijwilligers bij het Rode Kruis in het Sint Elisabeths
Gasthuis. Op dat moment een bijzondere plek, want behalve de Britse medische eenheid waren hier ook Duitse artsen en verplegers werkzaam. Samen met hun verzetsvrienden hielpen Bert en Hans het ziekenhuispersoneel waar ze maar konden: ze verzorgden gewonden en begroeven gesneuvelden.”

 

Foto van Hans Kuik (links) met vrijwilligers van het Rode Kruis, met wie hij werkte in het ziekenhuis. Collectie Airborne Museum ‘Hartenstein’.

SD-controle

“Bert en Hans begeleidden vele vluchtelingen en hielpen ook burgerslachtoffers die op 20 september 1944 uit het Sint Elisabeths Gasthuis werden geëvacueerd. Inmiddels hadden de Duitsers lucht gekregen van de verzetsactiviteiten in het ziekenhuis. Artsen waarschuwden de jongens Kuik dat ze beter konden vertrekken. Aan de Apeldoornseweg, ter hoogte van de golfclub, ging het mis: Bert en Hans fietsten in een grote controle van de SS en de SD. Ze waren onmiddellijk verdacht, omdat ze Britse uitrustingsstukken bij zich zouden dragen. Nog diezelfde dag werden ze allebei gefusilleerd.”

Piraatje spelen op de puinhopen

Een interview voor UITinArnhem, door Nicole Beaujean.

In oorlogen gelden geen wetten of regels. Goed en kwaad zijn dan niet zwart of wit. Toch was violiste Janneke Roelofs, veertig jaar na dato, getroffen door een van de verhalen van haar moeder. Over dubbele moraal gesproken.

 

“Mijn ouders hebben elkaar vlak na de bevrijding van Nijmegen als kinderen leren kennen,” vertelt Janneke Roelofs (55), violiste bij Het Gelders Orkest. “Ze leerden elkaar kennen op de puinhopen van de stad en kregen daardoor de bijnaam ‘puinpiraatjes’. Waar mijn vader nauwelijks iets van de oorlog had gemerkt, is de oorlog bepalend voor de familiegeschiedenis van mijn moeder. De oorlog heeft mijn ouders gevormd. In haar hele leven heeft mijn moeder nooit eten weggegooid. Maar als twaalfjarig meisje heb je een andere werkelijkheid. Ondanks de wanhoop en de waanzin wil je blijven spelen en ben je dol op snoep.”

 

Snoeppot

“In september 1944, toen Nijmegen dreigde te vallen, staken de Duitsers systematisch huizen in brand, ook dat van mijn opa en oma. Hun gezin werd gedwongen over de Waalbrug te vluchten. Tijdens die angstige tocht zag mijn moeder dronken Duitse soldaten dansen met etalagepoppen uit de geplunderde C&A. Een onheilspellend en filmisch tafereel, waar mijn moeder graag over vertelde.

 

Overal waren gebroken winkelruiten. In een van de etalages in de Nijmeegse binnenstad ontdekte mijn moeder, toen twaalf, een voorraadpot gevuld met snoep. Een ware schat in haar ogen, zeker omdat ze erge honger hadden. Maar mijn oma was onverbiddelijk: je steelt niet van andere mensen. Ze moest de snoeppot achterlaten.”

 

Kloosterkelder in Lent

Vanwege deze heftige en heldere jeugdherinnering van haar moeder werd Janneke des te meer getroffen door een ander verhaal, dat haar moeder pas veertig jaar ná de oorlog met haar deelde: “Mijn opa en oma schuilden met hun kinderen in een kloosterkelder in Lent. Van een toevallige voorbijganger hoorden ze dat mijn overgrootouders nog leefden. Ze besloten naar Nijmegen terug te keren. Tegenover het huis van mijn overgrootouders stond een huis van een Joods gezin leeg. Het huis was een tijd door de Duitsers gebruikt, maar werd nu een noodopvang voor dakloze gezinnen. Toen de rechtmatige eigenaar zich maanden later meldde, werd hem gezegd: ‘Sorry, maar wij wonen hier nu’.”

Dubbele moraal

“Ik was geschokt door deze dubbele moraal: een snoeppot stelen is verboden, maar in het huis van een ander wonen niet? Voor ons een onvoorstelbare, volstrekt onacceptabele paradox. Inmiddels besef ik dat in oorlogstijd heel andere wetten gelden. En dat we niet zomaar mogen oordelen over beslissingen die toen werden genomen.

 

Mijn oma was in de oorlog vooral bezorgd. Maar mijn opa was meteen doordrongen van het historisch perspectief. In de lange maanden dat Nijmegen frontstad was, nam hij de kinderen regelmatig mee naar zolder en wees ze op de Engelse en Duitse frontlinies: ‘Goed kijken. Dit komt in de geschiedenisboekjes’.”

 

Muziek verbindt

“Bij mijn moeder thuis werd veel aan muziek gedaan: piano, zang, viool. Mijn vader had zichzelf piano leren spelen. In hun verkeringstijd speelden ze het liefst quatre-mains. Muziek verbindt, dat weet ik al heel lang. Ook in het gezin waarin ik opgroeide was muziek belangrijk. Mijn twee broers en mijn zus spelen, net als ik, een instrument. Ik koos voor de viool, maar dat had net zo goed de cello of de klarinet kunnen zijn. Instrumenten zijn voor mij alleen middelen om muziek over te brengen.”

 

Verbroedering

“Tijdens de Bridge to Liberation Experience hoor ik verhalen met dezelfde grondtoon van onwerkelijkheid als die van mijn moeder. Eenvoudige woorden waarachter zulke grote drama’s schuilgaan. Net als bij films krijg je daardoor een groter besef van historie. Het is hier (gelukkig!) al zo lang geen oorlog meer geweest.

 

Het spelen op het drijvende podium op de Rijn ontroert me. Alle orkestleden vullen dat op hun eigen manier in. De verbroedering en de saamhorigheid zijn goed voelbaar, ook op de kade. Fijn om er weer bij te zijn op 15 september.”

foto: Het Gelders Orkest, Femke Teussink

Bij Airborne Museum ‘Hartenstein’
De rode baret: symbool van broederschap

Een interview voor UITinArnhem, door Nicole Beaujean.

17 en 18 jaar waren ze nog maar, Bert en Hans Kuik. Twee Arnhemse middelbare scholieren die betrokken waren bij het verzet tijdens WO II. Hun verzetsactiviteiten bereikten een hoogtepunt tijdens de Slag om Arnhem, toen zij Britse militairen in veiligheid hielpen brengen.

Airborne Museum ‘Hartenstein’ viert met de expositie ’25 jaar Luchtmobiele Brigade’ eigenlijk twéé jubilea: het 25-jarig bestaan van de brigade én het 75-jarig bestaan van de rode baret.

 

Tim Streefkerk: “In 1942 werd de rode baret officieel het hoofddeksel van de Britse luchtlandingstroepen. De Rode Baretten speelden in de septemberdagen van 1944 een belangrijke rol bij Operation Market Garden. Het Airborne Museum, toen nog villa Hartenstein, was indertijd het Britse hoofdkwartier van waaruit alle activiteiten plaatsvonden.”

 

Teamgeest, durf en zelfvertrouwen

Sindsdien is de rode baret het internationale symbool van luchtlandings- en parachutisteneenheden, dat staat voor doorzettings- en incasseringsvermogen, teamgeest, durf en zelfvertrouwen. Ook de militairen van de Nederlandse Luchtmobiele Brigade zijn sinds 1992 te herkennen aan deze rode baret.

Julia VLOGT | Een geschiedenislesje…

Julia mag dit jaar meedoen aan de Bridge to Liberation Experience. Aan de show… Als danseres, in het orkest of als technisch producent… Ze heeft eigenlijk geen idee wat ze kan doen en moet daar dus achter zien te komen. Daarom brengt ze bezoekjes aan onze partners:

 

Deze week bezoekt ze het Airborne Museum. Tim Streefkerk, waarschijnlijk de jongste historiscus van Nederland, vertelt Julia alles wat ze moet en wil weten over de Slag om Arnhem. Want laten we eerlijk zijn, een klein geschiedenislesje kon geen kwaad… 😉 Kijk je mee?

Julia VLOGT – De Ooggetuige

Julia mag dit jaar meedoen aan de Bridge to Liberation Experience. Aan de show… Als danseres, in het orkest of als technisch producent… Ze heeft eigenlijk geen idee wat ze kan doen en moet daar dus achter zien te komen. Daarom brengt ze bezoekjes aan onze partners:

 

Na haar bezoek aan het Airborne Museum had Julia een gesprek met Joop Onnekink. Hij heeft de Slag om Arnhem heel bewust meegemaakt en vertelt Julia hierover mooie anekdotes…. Luister vooral naar zijn wijze les aan het einde van de video voor ons allemaal! Julia is onder de indruk…

Melène Pasman, Airborne Museum

“Ik ben de jongste medewerkster van het Airborne museum (19 jaar). Ik werk hier met ontzettend veel plezier en vind het leuk om een steentje bij te dragen aan het vertellen van informatie over de oorlog. Voor mij is het belangrijk om te blijven herdenken, vooral aan diegene die ons de vrijheid hebben gebracht. Het is heel indrukwekkend om mensen te ontmoeten die de oorlog hebben meegemaakt en die daarover vertellen. Ik ben in Arnhem geboren en daarom ook indirect en direct betrokken bij alles wat er is gebeurt in Arnhem. Daardoor ben ik mij er nu van bewust dat het niet vanzelfsprekend is om van de vrijheid te kunnen genieten. Oorlog is waanzin, het kent alleen maar verliezers. Ook nu nog.”

Joop Onnekink, Ooggetuige van de Slag om Arnhem

” ‘Ze hebben de brug opgeblazen’
De lotgevallen van een Arnhems gezin in de bezettingsjaren.
Mijn naam is Joop Onnekink, ik ben geboren op 02-09-1936. Ik werk als ooggetuige bij het Airborne Museum Hartenstein. Ik heb met mijn familie een hoop meeg; emaakt in de Tweede Wereldoorlog. We zijn gevlucht en hebben in Vught gezeten. Dit is mijn verhaal:

Oorlog
Ons gezin woonde in het ‘Gouverneurshuisje’ in Park Zijpendaal, vlakbij het kasteel.
Mijn ouders hadden op dat moment drie kinderen, waarvan ik de oudste was, de vierde was op komst.
Vader, rechercheur bij de politie, was al snel betrokken bij het verzet, de Oranjewacht. Hij werd gezocht door de SD (de staatsinlichtingendienst) en moest in december 1940 onderduiken. Mijn moeder bleef dus alleen achter met vier kleine kinderen, de oudste vier en de jongste net geboren.

Concentratiekamp Vught
In augustus 1943 werd ons gezin in Vught gevangen gezet. Dit als represaille voor de vlucht van mijn vader. De dag voor Kerstmis 1943 werden we vrijgelaten. Nota bene op voorspraak van Rauter.

Oosterbeek
Thuisgekomen bleek het dat ons huisje was geconfisqueerd door officieren van de Wehrmacht. Gelukkig werden wij liefdevol opgenomen door mijn grootouders, van moeders kant, in Oosterbeek. Wij woonden daar mooi aan de Parallelweg. Al gauw ging ik weer naar school. Ons gezin kwam weer tot rust na alle doorstane verschrikkingen. Oosterbeek was een rustig dorp en wij merkten (althans ik als kind) weinig van de oorlog.

De slag om Arnhem
Op zondag 17 september 1944 begon de slag om Arnhem. Wij vluchtten naar Oosterbeek-Laag en kwamen daar in een kelder onder aan de Weverstraat terecht waar wij gedurende de hele strijd hebben gezeten.

De evacuatie
Wij konden niet in Oosterbeek blijven en wij zijn toen ondergebracht in een school in Otterlo. Daarna hebben we nog enkele maanden in een boerderij in de Valk gebivakkeerd. Vervolgens zijn wij doorgetrokken naar het westen en via Delft en Amsterdam doorgetrokken naar Friesland. Vandaar doorgereisd naar Scheemda, waar wij De Bevrijding meemaakten.

Verblijf in Scheemda
Wij woonden in een huis dat aan de haven van Scheemda lag. Het was een felle winter en er werd op het Winschoterdiep geschaatst. In de zomer kwamen er binnenschepen in de haven, die dan een paar dagen bleven liggen om te worden gelost. Dan kon ik naar hartenlust spelen met de schipperskinderen. Ook had ik vriendjes op de omliggende boerderijen.

Het verhaal van mijn vader: de “Engelandvaarder”
Dit gedeelte gaat over de onderduikperiode van mijn vader en de vlucht naar Zwitserland. Nadat mijn vader op eenentwintig adressen ondergedoken had gezeten, besloot hij te vluchten. Met behulp van de illegaliteit vluchtte hij het land uit. Via de zogenaamde ‘van Niftriklijn’ vluchtte hij via België en Frankrijk naar Zwitserland. Daar heeft hij gedurende zes weken in diverse gevangenissen doorgebracht. Daarna verbleef hij tot zijn vertrek naar Spanje in diverse pensions.
Begin 1943 reisde hij vanuit Zwitserland via Spanje naar Portugal. Vandaar vloog hij met een KLM-vlucht naar Engeland, waar hij in juni 1943 arriveerde. Hij nam dienst bij de Irene Brigade. In november 1944 landde zijn eenheid in Normandië.

Bevrijding en terugkeer
In April 1945 werd Scheemda bevrijd en enkele dagen later vond mijn vader ons met behulp van de illegaliteit. Eind april waren wij terug in Arnhem en betrokken we ons huisje in Park Zijpendaal. Mijn vader heeft na de bevrijding nog een jaar in Duitsland bij ‘War Crimes Commission’ gewerkt. In september 1946 kwam hij voorgoed thuis en hervatte zijn functie als rechercheur bij de politie te Arnhem.”

Wil je meer weten over het Airborne Museum?

Neem dan eens een kijkje op de website!